Overslaan en naar de inhoud gaan

e-inclusie in tijden van #corona

U bent hier

Digitaal welzijnswerk in tijden van corona. Is iedereen digitaal mee? 6 noden uit de Jeugdhulp-, VAPH-, en MFC-voorzieningen.

Verliep de (plotse) ommekeer naar het werken met digitale middelen n.a.v. corona wel zo eenvoudig voor cliënten en welzijnswerkers? Waren organisaties hier op voorbereid en was al het nodige materiaal voorzien? Kon de nood aan menselijk contact dat voordien (eerder) fysiek plaatsvond makkelijk aangevuld of vervangen worden door online contact? 

Om de noden op vlak van #digitale-inclusie bij personeel en cliënten in kaart te brengen lanceerden we een online bevraging in april 2020 vanuit Hogeschool UCLL (onderzoekers Digitale Inclusie Stijn Custers, Nathalie Drooghmans en Davy Nijs) i.s.m. Jan Dekelver en David Loyen. Agentschappen Opgroeien (#Jongerenwelzijn) en VAPH zorgden voor de verspreiding.

Onderzoekers Stijn Custers, Nathalie Drooghmans en Davy Nijs schreven de bevindingen neer in een rapport. In totaal lieten 137 van deze organisaties hun stem duidelijk horen.

Conclusie? Ondersteuning is wenselijk op vlak van extra digitale mediatoestellen, softwareprogramma’s en het kunnen gebruikmaken van digitale middelen bij cliënten en personeel.

 

  1. Er was een grote nood aan hardware, zowel voor cliënten als voor personeel. Zo merken we op dat van al deze organisaties maar liefst 94,4% aangeeft nood te hebben aan meer laptops, 72,8% aan tablets en 67,2% aan smartphones.
     
  2. Deze digitale mediatoestellen zijn in de eerste plaats nodig om de communicatie in het kader van een hulpverleningstraject verder te zetten, online. Voor jongeren begeleid door jeugdhulp-organisaties was er nood aan extra toestellen zodat ze bij konden blijven met hun leeftijdsgenoten in het online les volgen. Voor personen met een beperking was er nood aan extra toestellen om het contact met hun sociaal netwerk te behouden.
     
  3. Drie op tien organisaties had een tekort aan ondersteunende hardware zoals headsets, webcams en beeldschermen.
     
  4. Voor meer dan de helft van alle cliënten is er extra nood aan gratis (of betaalbare) toegang tot internet. Het beschikken over digitale mediatoestellen is één zaak, het online kunnen communiceren, delen of informatie raadplegen is een andere zaak waarvoor toegang tot internet cruciaal is. Niet alle cliënten hebben hier (financieel) voldoende toegang toe.
     
  5. Er is een grote nood aan het installeren van beeldbelsoftware en andere communicatiesoftware op de toestellen van cliënten en personeel.
     
  6. Organisaties, hun personeel en cliënteel hebben niet enkel nood aan extra laptops, tablets en smartphones of softwareprogramma’s, maar ook aan externe ondersteuning in het gepast kunnen gebruikmaken en implementeren van deze digitale middelen.

Meer weten? De uitgebreide rapportage van deze bevraging kan u in het onderzoeksrapport nalezen.