Overslaan en naar de inhoud gaan

U bent hier

Opinie: omgaan met ongewenst gedrag op school

maandag 18 december

De leraar die te braaf is en alleen maar praat, roept de tegenstelling op met de strenge, oud-autoritaire leraar die aan de hand van belonings- maar bovenal strafsystemen de weg naar de waarheid verlicht. Laat nu net deze polarisering een gezonde discussie in de weg staan. Wanneer we moeten kiezen tussen twee opties, toegeeflijkheid of dwang, dan verliest elke partij en zal een gevoel van machteloosheid de bovenhand nemen.

We kennen allemaal leerkrachten die dag na dag het gevecht met deze keuze aangaan en gaandeweg beseffen dat ze strijden met zichzelf. Jammer genoeg beseffen ze dat vaak wanneer ze in gesprek met een huisarts tot de vaststelling komen dat het zo niet meer verder kan. De aangehaalde cijfers (81 Vlaamse leerkrachten hadden een ongeval, te wijten aan agressie door een leerling, familielid van een leerling of buitenstaanders) worden best aangevuld met het aantal leerkrachten dat, tijdelijk, niet in staat is om een taak op te nemen in een school wegens problemen met klasmanagement.

Er is een duidelijke nood aan een alternatief voor de tweespalt toegeven-dwingen. De toegeeflijkheid geeft ruimte aan het ongewenste gedrag en de leerling die steeds meer ruimte inneemt, zal op deze manier een escalatie veroorzaken, net zoals de leraar de escalatie veroorzaakt door de ruimte te geven. De leraar die kiest voor dwang zal in het opbod van dreigementen en straffen kiezen voor een model waarin hij wil winnen. Dat hij altijd verliest, is een zekerheid.

Wat dan wel? Ik mis een cultuur van volhouden, van standvastigheid, waarbij aan de leerling zeer duidelijk wordt gemaakt wat de grens is. Zonder te kiezen voor een quick win, die een vorm van onderdrukking in zich draagt.

Wanneer we op geweldloze manier, als collectief van leraren, op een rustige manier, transparant communiceren over wat we willen als team, als school, als samenleving (it takes a whole village to raise a child) en we blijven dit communiceren, dan kiezen we voor een verbindende strategie die niet gekenmerkt is door alleen maar wat praten en verantwoorden. Als lerarenopleiders, in een bachelor-na-bachelor opleiding zorgverbreding en remediërend leren en buitengewoon onderwijs kiezen we er bewust voor om toekomstige zorgcoördinatoren, leerlingbegeleiders en leerkrachten in contexten van ondersteuning en buitengewoon onderwijs de ‘waarom-vraag’ niet te laten stellen. Deze vraag gaat ervan uit dat er een valide antwoord is op ‘waarom heb je dat gedaan’, alsof de begeleider in dat geval dan moet antwoorden: ‘aha, dan is het ok dat je hem stevig op zijn gezicht hebt geslagen’.

We pleiten voor minder babbelen; klasmanagement gebeurt non-verbaal, vanuit aanwezigheid en nabijheid. Nog al te vaak zetten we een stap achteruit wanneer het moeilijk wordt, maar net dan moeten we durven dichter gaan en verbinding maken. Dit is geen pleidooi voor een strenger systeem, eerder voor meer duidelijkheid en transparantie. Dat dit niet overal even intensief gebruikt wordt, kan blijken uit volgende redenering. De zaken die we echt belangrijk vinden herhalen we dikwijls, herhaling is één van de belangrijkste didactische strategieën. Opvallend is dat de leefregels voor een klas nooit herhaald worden. Soms zijn ze zichtbaar aanwezig in een klas, maar regelmatig horen we een leraar zeggen (ergens in maart) ‘we hebben in september toch gezegd dat dat niet mag’. De regels worden eenmalig gecommuniceerd en pas herhaald wanneer het te laat is (bij een individueel contact na een incident, niet op voorhand voor de ganse groep). Binnen de idee van nieuwe autoriteit zou elke les kunnen beginnen met het aanhalen van de 4 of 5 belangrijkste regels. Ook wanneer de leerlingen deze na enkele maanden luidop kunnen dromen, dan nog begint een les met de 5 regels vernoemen die echt belangrijk zijn. Ook een leseinde kan eindigen met het bedanken van de leerlingen om zich te houden aan de regels die er echt toe doen.

Dit brengt ons bij het laatste punt, de betekenis van verzoening na een conflict, want ook binnen nieuwe autoriteit kan het moeilijk zijn en uit de hand lopen. Verzoening is het creëren van een positief dilemma, door de school. De leerling kan kiezen om bij de groep te horen en zich te schikken naar de regels of hij weigert de verzoening waarop de school enkel kan inzetten op volhouden. Herstelgericht werken is iets anders dan straf. Het is duurzamer, versterkt in eerste plaats het team leerkrachten én verleent de jongere de kans zijn gedrag of de gevolgen ervan te herstellen. Herstellen geeft iedereen een schone lei. Herstellen toont aan dat fouten maken mag.

Jammer genoeg worden leerlingen gekenmerkt als onhandelbaar, of een etiket van onschoolbaarheid klinkt dan luid. Binnen dit brandmerk zit geen dilemma van positiviteit verscholen en dit eindigt vaak in afstand, schorsing, verwijdering, of vroegtijdig schoolverlaten, …

Vanuit nieuwe autoriteit kiezen voor een transparante, duidelijke en eensluidende aanpak met een netwerk van betrokken partijen is een alternatief dat we graag bieden aan alle leraren op zondag 28 januari in Hasselt.

 

Lezing Idan Amiel

 

Dit opiniestuk van Kristof Das, docent en onderzoeker aan de Lerarenopleiding van hogeschool UCLL,  is een reactie op het artikel 'Leerkrachten zijn te braaf' uit De Morgen. Voor reacties kan je steeds contact opnemen per e-mail naar kristof.das@ucll.be.