Overslaan en naar de inhoud gaan

U bent hier

Opinie: Mens en samenleving

vrijdag 07 september

In het debat dat zich deze week ontspon over het nieuwe vak ‘mens en samenleving’  van het katholieke net lieten voor- en tegenstanders van zich horen. Opvallend daarbij is dat al snel de kaart werd getrokken van de meetbaarheid en dat is jammer. Argumenten vóór een uurtje Nederlands, tégen al te veel levensbeschouwing of plastische opvoeding werden al snel utilitair. De netto-opbrengst voor de leerling en voor de samenleving werden aangevoerd als bewijs. Alsof ‘mens en samenleving’ geen Nederlands is, of levensbeschouwing.

Uit internationaal vergelijkend onderzoek (PIRLS 2016) bleek immers dat onze tienjarigen minder goed begrijpend lezen dan 10 jaar geleden en dan de meeste van hun Europese leeftijdsgenoten. Dat vraagt onderzoek én actie. Net zoals we moeten blijven inzetten op schrijven, luisteren en spreken. In een geïntegreerde aanpak is Nederlands het middel bij uitstek om thema’s als democratie en verkiezingen te doorgronden of te werken aan mediawijsheid. Begrijpend lezen, aan bronnenonderzoek doen en argumenteren oefenen leerlingen best in een betekenisvolle context.

Het risico op een te eenzijdige en afgelijnde invulling van het begrip burgerschap of van dat nieuwe vak ‘mens en samenleving’ verdient nog meer onze aandacht. Burgerschap heeft voor ons als lerarenopleiding een sociaal-ethische dimensie, meer dan een juridische. De ontplooiing van de totale mens in relatie tot anderen staat daarin centraal. Zo kunnen onze studenten in hun laatste jaar een stage doen waarbij ze in een context aan de slag gaan, die breder is dan die van de school. We doen dit in samenwerking met o.a. Auxilia, een vrijwilligersorganisatie die aan huiswerkbegeleiding doet bij kinderen en jongeren thuis.

Een nieuwe opleiding tot leraar ‘mens en samenleving’ of een omscholingstraject komt er liefst niet.  Wat onderwijs nodig heeft, is een project dat schoolbreed wordt gedragen, waarbij elke leraar een wereldleraar is. Voor elk vak is het belangrijk om uit te stijgen boven al te specifieke vaardigheden die iemand in een experthoekje wegzetten. We hebben leraars economie nodig en leraars taal, maar ook leraars biologie en wiskunde en techniek… die met de voeten in de wereld staan, die er deel van uitmaken. Elke leraar moet zich bewust zijn van de complexiteit die de wereld in zich draagt: oorzaak-gevolgrelaties zijn geen eenvoudig gegeven in de globale realiteit. Werken aan een duurzame en rechtvaardige samenleving doet hij of zij niet alleen, maar in een team van wereldleraren.

Als lerarenopleiding lager onderwijs zetten we in op zulke wereldleraren. Het kan ons alleen maar optimistisch stemmen als onze collega’s in het secundair onderwijs op deze weg verdergaan. Elke wereldleraar behoedt ons voor te veel en gehaast telwerk. De voor- en tegenstanders van een uurtje meer of minder Nederlands of levensbeschouwing hebben allen ongelijk.

Kathleen Vanderstraeten is lector Nederlands en lector Wereldleraarschap aan hogeschool UCLL. Zij maakt deel uit van het projectteam Move Across Borders dat dit jaar voor de derde maal het congres From Global Citizen to Global Teacher organiseert.