Overslaan en naar de inhoud gaan

U bent hier

Opinie: mandaat van de leraar

donderdag 13 september

Aan de start van het nieuwe schooljaar blikt Fons Exelmans, oud-docent aan hogeschool UCLL en expert in gelijke kansen, terug op een boeiende onderwijscarrière van bijna 40 jaar. “Onderwijs zou in de toekomst nog meer moeten leiden tot gelijke kansen. Om dat te kunnen bereiken moet onderwijs zich terug beperken tot haar essentie: klasgroepen van kinderen zo goed mogelijk aan het leren krijgen.”

Veel warmte en waardering geven

Het eerste contact met leerlingen op de speelplaats of in de klas zet de toon. Kinderen willen zich continu welkom en gewaardeerd voelen. Iedereen aanspreken bij het binnenkomen, echt luisteren naar leerlingen en contact maken zijn dus geen overbodige luxe. Dat heeft niets te maken met klasorganisatie. Leerlingen willen voelen en ervaren dat een leraar hen als groep, zichzelf en zijn taak belangrijk vindt.

Vooral leerlingen die het moeilijker hebben en minder kansen krijgen, worden - vaak onbewust - verkeerd benaderd vanuit de mislukking. Als het niet goed met hen gaat, worden ze verwacht om extra inspanningen te doen. Terwijl we eerst een goede relatie met hen moeten opbouwen om erna hoge eisen te kunnen stellen. Die relatie bouwt een leraar alleen op vanuit een warme en menselijke basishouding.

Geen oordeel vellen hoort daar ook bij. Een etiket zoals ADHD kan wel helpen om je als leraar beter te richten tot de noden van een individu, maar handelen vanuit een kansenperspectief blijft de enige juiste aanpak. En loopt het niet met elke leerling even vlot, dan kan de leraar terugvallen op zijn autoritaire aanpak.

Duidelijkheid scheppen en autoriseren

Een aanpak waarbij grenzen stellen een groot aandachtspunt blijft. Leraren moeten ergens voor durven staan en geen millimeter achteruit gaan. Ze blijven immers vertegenwoordigers die gemandateerd zijn door de samenleving om kinderen kennis en vaardigheden bij te leren. Door teveel water bij de wijn te doen, leer je hen niks.

Als leerlingen dwars liggen, geef hen dan veel kansen om in orde te zijn zonder je autoriteit te verliezen. Een goed lerarenkorps trekt aan hetzelfde zeil en durft grenzen stellen. Ze laat jongeren zelf kiezen om het goede of foute te doen en duwt hen niet in een bepaalde richting. Zo leren jongeren hun eigen leerproces in handen nemen en verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen. Dat is cruciaal om te komen tot een hoger niveau van leren.

Individuele zorg beperken

Zorg en begeleiding blijven een noodzakelijk goed voor kansrijk onderwijs, maar individuele leertrajecten mogen niet het uitgangspunt worden. Het onderwijsniveau daalt immers door een te sterke individualisering: de klasgroep blijft het uitgangspunt. Scholen moeten trachten om zoveel mogelijk kinderen in het gezamenlijk aanbod van de groep te doen passen.

"Er zijn geen middelen om te investeren in extra begeleiding", een verzuchting die vaak klinkt. We moeten dus proberen om meer te bereiken door met minder te doen – focus op het essentiële: kinderen leren lezen, rekenen, aan het denken zetten. Goede leraren combineren een duidelijk aanbod met veel herhalings- en oefenkansen alsook een heldere terugkoppeling. Dat geldt eveneens voor toetsen, examens en andere evaluatievormen.

Een evaluatie schept duidelijkheid over de verwachtingen van wat kinderen moeten kunnen en kennen, maar de terugkoppeling op evaluaties ontbreekt echter nog te vaak waardoor het leren van kinderen abrupt stopt. De manier van evalueren zou meer het echte leren moeten sturen en de resultaten van leerlingen moeten bijgevolg leiden tot concrete vervolgacties.  

Werken met grote lesgehelen

Naast meer feedback en feedforward wordt leren ook zinvoller en kansrijker door te werken met grote leergehelen. Leraren moeten zich niet focussen op een lesuur of één geplande activiteit. Ze moeten het grote geheel overzien en meer leergericht bezig zijn. Differentiëren op niveau, interesse … wordt in zo’n groter kader ook haalbaar.

Binnen grote modules kunnen de te behalen doelen meer gespreid worden over de beschikbare periode. Dat zou trouwens al in de lerarenopleidingen aangeleerd moeten worden. Aspirant-leraren zouden samen grote lesgehelen en lesvoorbereidingen moeten ontwikkelen en die integreren tijdens hun stage. Zo gaan ze minder handboekgericht en meer leerprocesgericht werken. We roepen scholen op om die vrijheid en verantwoordelijkheid te nemen om grote lesgehelen te organiseren.

Goed leraarschap nastreven

Zo’n scholen hebben sterke leraren nodig die weten hoe en waarom ze iets moeten doen. Leraren die naast een warme en waardevolle grondhouding ook inhoudelijk expert zijn en jongleren met hun kennis. Onderwijs als een stiel met leraren die weten wat kinderen nodig hebben en daarop kunnen inspelen.

Maar ook leraren met een ruime interesse in de wereld en de mensheid. Zij die voldoende rust gevonden hebben en in verbinding staan met zichzelf. Dat gaat niet voor alle toekomstige leraren haalbaar zijn over een periode van 3 jaar, maar 4 jaar is absoluut aanvaardbaar.

Studieduurverlenging met een sterke integratie van leren en werken kan immers ook een niveauverhoging van de lerarenopleiding betekenen en resulteert dus ook in meer gelijke kansen binnen het onderwijs.