Overslaan en naar de inhoud gaan

U bent hier

Opinie: Niemand wordt ‘stout’ geboren

dinsdag 18 juni

Kristof Das, Ilse Geerinck en Fons Exelmans horen niet graag ‘dat sommige leerlingen onschoolbaar zijn’ en schreven een opiniestuk voor De Standaard.

Het debat moet niet gaan over agressieve kinderen, wel over hun leraren: kunnen zij met ongewenst gedrag omgaan?

Altijd achteraan in de klas ontstaan rumoer en kabaal. De leraar kan ervoor kiezen om niets te doen, maar dan zal de situatie wellicht verergeren. Anderen zullen dan beginnen mee te doen, tot de leraar het niet meer kan negeren en het grove geschut moet bovenhalen om de rust te laten weerkeren.

De tweede optie is ingrijpen. De leraar kan ermee dreigen om hen uit de klas te zetten of om straf te geven. Waarschijnlijk brengt dat de rust terug – voor even toch. De schade wordt pas zichtbaar op lange termijn: stress in de klas en een grotere afstand tussen hem en de leerlingen. De leraar kan ook een middenweg nemen. Zo kan hij vragen aan de leerlingen om ‘alsjeblieft te stoppen’. Al weet hij – en weten zijn leerlingen dat ook – dat die ‘alsjeblieft’ weinig te maken heeft met beleefdheid.

Het is niet evident om een dialoog op te starten met leerlingen wanneer het moeilijk loopt.  Meester Stanny pakt het anders aan: hij gaat naar de leerlingen die kabaal maken en houdt halt achter hen, terwijl hij verder gaat met de uitleg die hij op dat moment geeft. Hij werpt een blik op de leerlingen, legt zijn hand op een van schouders en houdt de rest van de klas in de gaten.

De fysieke aanwezigheid van de leraar wordt de belichaming van de grens.

De leerlingen aanvaarden die grens en kiezen ervoor om te zwijgen. Soms draait het anders uit: een leerling past zijn gedrag niet aan en ontploft. Hij scheldt, dreigt, slaat of spuugt. Ook in die situaties heeft meester Stanny geleerd dat hij zich niet mag terugtrekken. Hij behoudt zijn zelfcontrole en vraagt de leerling rustig om te stoppen. Hij weet dat emotionele reacties zoals ‘dat doen we hier niet hé man!’ leiden tot escalaties en handelingen waarvan hij achteraf spijt heeft.

Meester Stanny gaat rustig naar de scheldende leerling toe, en zegt ‘stop’ vanuit het vertrouwen dat die zal stoppen. Wanneer hij tijdig aanwezig is, weet hij dat de kans op succes groot is. Wanneer hij de onrust (te) laat opmerkt en de situatie is geëscaleerd, zal hij de leerling ook vragen om te stoppen, tot driemaal toe: ‘Ik wil dat je rustig wordt, ik wil echt dat je nu rustig wordt, ik wil absoluut dat je nu onmiddellijk rustig wordt.’ Meester Stanny waakt erover dat hij dat rustig zegt en zelfvertrouwen uitstraalt. Hij zegt het telkens duidelijker, maar ook stiller, zodat hij rustig kan blijven. Hij bedankt de leerling onmiddellijk en nadrukkelijk wanneer hij stopt.

De leerling past zijn gedrag aan omdat hij voelt dat de meester in hem gelooft en het goed met hem voorheeft. In zijn interventie zit warmte, duidelijkheid, aanwezigheid, rust en zelfcontrole.

Maak het goed

Wanneer iedereen tot rust is gekomen, moet er ruimte zijn voor herstel. Herstel wil zeggen dat ze samen iets doen met het oog op de toekomst: het goed maken betekent meer dan ‘sorry’ zeggen. 

Zo’n ‘spannende situatie’ is dus ook een kans, en niet alleen een probleem dat opgelost moet worden.

Wanneer kinderen de keuze krijgen om zich beter te gedragen, dan zullen ze dat doen. Geen enkel kind is ‘stout’ geboren. We gedragen ons allemaal weleens slecht, maar we kunnen ervoor kiezen om daarmee te stoppen. De snelheid waarmee we stoppen, is recht evenredig met de interventiekwaliteit en handelingsbekwaamheid van de leraar. Zijn aanwezigheid is de sleutel. Hij moet blijven volhouden en erop vertrouwen dat de leerling zal stoppen. Dat idee staat haaks op de toenemende praktijken van uitsluiting, time-out en vrijheidsberoving.

INVESTEER IN LERAREN

Het debat moet daarom niet gaan over ‘agressieve kinderen’ , maar over het vermogen van leraren (en scholen) om juist te handelen in deze complexe en uitdagende situaties. Focussen op agressieve kinderen moedigt de polariserende gedachte aan dat ‘het niet meer gaat’, ‘dat onderwijs onmogelijk geworden is’, ‘dat de leerlingen onschoolbaar zijn’.

We moeten de maatschappelijke focus dringend verleggen: de vraag is niet alleen of leraren nog mogen tussenkomen, maar ook of ze gesteund worden om zich verder te bekwamen om deze pedagogische opdracht te kunnen opnemen. Welke overheid wil investeren in leraren die kunnen tussenkomen in die complexe en uitdagende klassituaties?

De ouders, het onderwijs en de samenleving hebben meer dan ooit nood aan enthousiaste, gedreven leerkrachten, ondersteuners en zorgcoördinatoren die er staan, en vooral: die kunnen blijven staan, wanneer het spannend wordt.

De banaba's 'zorg- en remediërend leren' en 'buitengewoon onderwijs' bieden krachtige antwoorden op ongewenst gedrag.

Meer info