Overslaan en naar de inhoud gaan

U bent hier

Opinie - Een instaptoets voor iedereen? Neen, dank u.

donderdag 05 september
knipsel DS opinie

De inschrijvingen aan de universiteiten en hogescholen zijn halfweg. Veel studenten moeten daartoe niet alleen een diploma secundair onderwijs op zak hebben; steeds vaker dienen ze een resultaat van een bijkomende toets voor te leggen. In het politieke en maatschappelijke debat over hoger onderwijs gaan er regelmatig stemmen op voor het algemeen invoeren van zo’n ‘instaptoetsen’ of ‘ijkingsproeven’. Zo werd de instaptoets voor de lerarenopleiding (ILO) in het leven geroepen om de slaagkansen van studenten te verhogen en zo de lerarenopleiding te versterken. Onderzoek van hogeschool UC Leuven-Limburg (UCLL) toont echter aan dat deze instaptoets niet automatisch tot betere slaagkansen in het hoger onderwijs leidt.

Bij (instap)toetsen horen duidelijke doelen. Is het gebruik van een instrument te vaag, of wil men te veel doelen in één instrument, dan is het afleggen van zo’n toets enkel voor de etalage. De rol van de instaptoets bij de studiekeuze is nog onvoldoende aangetoond. Wel heeft de instaptoets het potentieel als screening voor de poort om de student een goed beeld te geven over waar hij staat. Zo kunnen student en opleiding die feedback gebruiken in functie van optimale slaagkansen.

Versterkt de instaptoets het studiekeuzeproces?

Uit onderzoek van o.a. UC Leuven-Limburg blijkt dat de ILO het studiesucces voor het grootste deel van de studenten niet kan voorspellen. Minder goed scorende studenten hebben nog steeds goede kansen om door te stromen. Mogelijke verklaringen zijn de motivatie en de persoonlijke groei van de student doorheen de opleiding en het beperkt aantal gemeten competenties in de toets.

Ook in de onderzoeksliteratuur waarschuwt men al langer voor de illusie van een instrument waarmee men de slaagkans van studenten goed zou kunnen voorspellen. What’s in it for me?, zal de kandidaat-student zich dan ook afvragen, laten we gewoon snel dit verplicht nummertje doen? Uit een interne bevraging van UCLL blijkt dan ook dat de ILO slechts een beperkte invloed heeft op de uiteindelijke studiekeuze van de student. Al speelt wellicht ook het late moment van afname hier een rol in.

Versterkt de instaptoets de studie-en onderwijsaanpak?

De resultaten en feedback die de student krijgt over waar hij staat in relatie tot een aantal instapcompetenties, vindt 62%  van de studenten zinvol, blijkt uit een interne bevraging van UCLL. Zo weten studenten duidelijk wat ze al goed kunnen en waar ze nog aan moeten werken – de zogenaamde spiegel. Op basis van die (minder positieve) feedback wordt in een persoonlijk gesprek tussen student en studiecoach samen gezocht naar hoe de student de gemeten competenties gericht kan bijsturen.

Voor UCLL biedt de ILO potentieel als feedbackinstrument om preventief optimale studie-en onderwijskansen te stimuleren voor bepaalde startcompetenties van de lerarenopleiding. Zoals we weten is feedback heel krachtig om te leren, op voorwaarde dat die feedback kwalitatief is, er effectief iets mee gedaan wordt, en dat dit proces voldoende ondersteund en begeleid wordt. Anders gezegd: enkel een toets opstellen en laten afleggen zonder opvolging is ‘much ado about nothing’. Een student moet ondersteund worden in het interpreteren van de feedback en in het gericht zoeken van de juiste remediëring, studie- of onderwijsaanpak.

Een instaptoets voor iedereen?

Bovendien moeten we ook alert blijven voor mogelijke negatieve neveneffecten van dergelijke instrumenten. Denk aan een mogelijk afschrikeffect en demotivatie bij studenten, ongewilde extra drempels voor bepaalde doelgroepen, een grote financiële investering in ontwikkeling en blijvende monitoring.

Om al die voorgaande redenen pleiten we voor voorzichtigheid bij uitbreiding van instaptoetsen (professionele bachelors) en ijkingsproeven (academische bachelors) naar het hele hoger onderwijs. Een uitbreiding naar alle opleidingen hoger onderwijs zonder na te gaan of deze instrumenten wel een antwoord bieden op de noden van de respectievelijke opleiding en voldoende representatief zijn voor de opleiding en het beroepenveld waartoe men opleidt, is niet wenselijk.

Laten we ook niet vergeten optimaal gebruik te maken van alle relevante informatie en initiatieven die al voorhanden zijn zoals de resultaten in het secundair onderwijs, advies klassenraad, intakegesprekken, … en blijven openstaan voor andere mogelijke alternatieven om te werken aan een optimale studiekeuze, studie-aanpak en onderwijs voor en na de start van hoger onderwijs.

 

Lies Wijnants, dienst Onderwijs en Studenten, UCLL

 

Een versie van deze opinietekst verscheen ook in De Standaard van 4 september 2019.

Lees het online artikel via www.standaard.be.