Overslaan en naar de inhoud gaan

Type project: PWO
Periode: september 2017 – september 2019
Contact: liesbeth.martens@ucll.be

Onderzoek naar de impact van Content and Language Integrated Learning (CLIL) geeft op vele vlakken aan dat er een positief effect is. Zo wordt o.a. aangetoond dat CLIL-leerlingen beter scoren qua beheersing van de doeltaal (Admiraal et al, 2006; Lorenzo et al,2010). Wanneer het aankomt op de beheersing van de vakinhouden, komen ofwel positieve ofwel neutrale resultaten naar boven (Admiraal et al, 2006; Seikkula Leino, 2007; Van de Craen et al, 2007; Jäppinen, 2005). Op het gebied van schoolse motivatie zou CLIL eveneens een positief effect hebben (Merisuo-Storm, 2007). Het is echter zo dat er in Vlaanderen nog maar weinig gegevens beschikbaar zijn in welke mate deze bevindingen ook in onze contreien gevonden worden. Het PWO-project ‘CLIL in Vlaanderen’ bracht hier al verandering in, aangezien dit het eerste wetenschappelijk onderzoek is naar de effecten van CLIL in Vlaanderen sinds de officiele introductie van CLIL in september 2014. Er zit echter wat ruis op de originele data van dit project, aangezien het project pas half september van start ging en de testontwikkeling pas af was eind oktober, waardoor de nulmeting pas in november van start kon gaan. Omdat er daardoor niet van een echte nulmeting kan gesproken worden, beslisten de onderzoekers om in het tweede jaar van het project een extra groep leerlingen te testen. Op deze manier was het wel mogelijk om een groep leerlingen vanaf het absolute begin op te volgen. Deze extra data moeten echter nog geanalyseerd worden en zijn cruciaal om te kunnen vaststellen of er ook in Vlaanderen een zogenaamd CLIL-effect gevonden kan worden. Het CLIL-effect is namelijk het verschil in leerwinst dat gevonden wordt tussen CLIL en niet-CLIL leerlingen. Nagaan of er van dit zogenaamde CLIL-effect sprake is in Vlaanderen, is meteen ook de eerste doelstelling van dit project (via de verwerking van de extra data verworven in het PWO-project ‘CLIL in Vlaanderen’).

Dit project wordt gefinancieerd vanuit middelen van UCLL.