Overslaan en naar de inhoud gaan

Een lerende gemeenschap om een school vorm te geven

Voorjaar 2017, Leuven. De secundaire scholen zullen weer aanlopen tegen een schoolkeuzeprobleem: voor scholen met een A-stroom en een aso-bovenbouw zijn er meer leerlingen dan stoeltjes en bankjes. Bovendien zitten er aan die bankjes (erg) weinig indicatorleerlingen. De diversiteit onder leerlingen is vooral te vinden in scholen met een tso- en bso-bovenbouw.

Tel daar de ideeën bij rond een brede eerste graad – al staat het niet zo in de moderniseringsplannen, met wat goede wil, valt het wel zo vorm te geven- en je krijgt dé context voor een nieuwe school. Mogelijk gemaakt door de grondwet - onderwijsvrijheid betekent ook oprichtingsvrijheid; mét een urgente aanleiding – het capaciteitsvraagstuk; en onder impuls van veel engagement van enkelen binnen KSLeuven: ‘En als we nu eens een nieuwe school oprichten? Een echte eerstegraadsschool?’ Project 18 - een nieuwe school in september 2018 - is geboren.

Lees het hele verhaal onder de foto.

De koppen bij elkaar steken

Afgelopen zomer heeft project 18 al meer vorm gekregen en een leergemeenschap wordt in het leven geroepen: naast de drie coördinatoren nemen twee directeurs, zes geëngageerde leraren en een schoolbegeleider deel. Onder de naam ‘kernteam’ wordt er elke week op dinsdagnamiddag vergaderd. Een stuurgroep van schoolleiders uit KSLeuven volgt daarnaast de secundaire processen op, want wat is een school zonder gebouw, zonder lestijden, zonder leraren, zonder inschrijfmogelijkheid van leerlingen, zonder leerlingen?

Begin september klopt coördinator Willem Schoors ook aan bij onze hogeschool. Van het één kwam het ander: twee lerarenopleiders sluiten zich aan, niet om het proces te begeleiden, maar wel om deel uit te maken van het ‘kernteam’ als zijnde een professionele leergemeenschap.

In een tweede fase werden ontwerpteams opgestart, werkgroepen waarin leraren uit de verschillende secundaire scholen in de ks-scholengroep, samen met lerarenopleiders, vakdocenten en pedagogische begeleiders rond bepaalde vakken (cf. artistieke vorming, projectonderwijs, wiskunde …)  en beleidslijnen (cf. evaluatie, zorg, etc.) samenkomen. Intussen krijgt het project ook een echte naam.

Stroom, een school in de stad, een school onder stroom, een school aan een stroom, een plek voor leerlingen ergens onderweg in de stroom van hun leven.

Over de locatieWebsite StroomFacebookpagina Stroom

Dromen, geen toolbox

Al snel wordt duidelijk dat er geen receptenboek of een kant-en-klare toolbox bestaat voor het oprichten van een nieuwe school. Er werd gegrasduind om een beginsituatieanalyse te maken van alternatieve en pas opgerichte nieuwe scholen. Met een schoolreis van de expertisecel Education for the Future werden sommige van deze scholen ook daadwerkelijk bezocht.

Veel ideeën en dromen. En ja, deze school moet anders zijn: een andere organisatievorm, een ander lesrooster, een ander lespakket, een andere cultuur, een ander publiek. Tal van nieuwe onderwijstheorieën worden gretig gelezen en bestudeerd: anders evalueren, motiveren, interesse en vorming, differentiatie, etc. Maar wat is dan anders? En, hoe kunnen we al dat anders-zijn dan allemaal doen?

Nieuwe onderwijsopvattingen en onderwijsvernieuwing springen als paddenstoelen uit de grond. Tevens lijken ze vaak te suggereren dat het ‘eenvoudig en simpel is’ , een kwestie van gewoon doen. En onderwijskundigen – daar zijn ze uiteraard voor - weten altijd hoe het beter en anders kan. Er zijn wetenschappelijk onderzoeken en tal van praktijkvoorbeelden over hoe een school effectiever en efficiënter leerlingen tot leren kan brengen, over hoe we leerlingen nog beter kunnen begeleiden en motiveren, over hoe scholen kunnen inzetten op differentiëren en anders evalueren, rond wat het betekent om leerlingen te vormen en bij hen interesse wekken voor een vak, over welke manier een andere mindset kan ontwikkeld worden en over hoe educatie voor duurzame ontwikkeling vormgeven.

Wat ons bijzonder interesseerde was de vraag ‘hoe ontwikkel je nu een nieuwe school?’ ‘Hoe breng je al die theorieën in de praktijk’? En hoe doe je dat binnen een cultuur die roept dat onderwijs ‘anders’ moet?

Vanuit onze ervaringen binnen de leergemeenschap en vanuit onze gesprekken met de coördinatoren en leraren leert het werken aan Stroom ons:

Ervaringen uit de leergemeenschap

Wat we ‘weten’ is nog geen werkelijkheid of ‘praktijk’

Wat we ‘weten’ is nog geen werkelijkheid of ‘praktijk’. En daar zit vandaag – in bijzonder als het gaat om onderwijszaken – precies de discrepantie. We ‘weten’ dat kinderen echt tot leren komen als ze intrinsiek gemotiveerd zijn: de leerling die nog alles moet leren, om te beginnen de noodzaak van leren zelf, rechtvaardigt de functie van de leraar ten volle, aldus de Franse schrijver Daniel Pennac. Maar hoe doe je dat? Interesse wekken, hen bij de les halen? Leerlingen de noodzaak van het leren bijbrengen? Wat is dat dan? Toon dat dan eens, interesse wekken? Wat is daar dan voor nodig?  

Wat we zien is dat woorden en begrippen maar ‘ver-werkelijkt’ worden als mensen het er over kunnen hebben. Binnen de leergemeenschap van Stroom wordt duidelijk dat ‘betekenis geven aan begrippen en concepten’ een belangrijke en intensieve bezigheid is:  Wat betekent ‘motivatie’ - voor ons – in deze context – voor deze leerlingen – binnen onze samenleving? Hoe geven we dat vorm? Wat betekent het om leerlingen zelfstandig en zelfsturing bij te brengen? Waar en hoe zien we dat? Hoe doen we dat of kunnen we dat versterken? Hoe organiseren we dat? Waar en wanneer doen we dat?

Een school kan niet alles doen

Een school kan niet alles doen. Een nieuwe school oprichten, betekent bewust voor iets kiezen en dus ook iets anders loslaten. Binnen de ervaring van Stroom werd als snel duidelijk men niet alles zou kunnen doen noch alles ‘anders’ zou doen. Diepgang is belangrijker dan van alles een beetje. De kracht van elke onderwijsvernieuwing ligt daar waar mensen rond de tafel zitten en samen aan de slag gaan om betekenis te geven aan wetenschappelijke kaders, en dit ook voortdurend af te stemmen en in relatie brengen met eigen ervaringen. Het is een proces van het bekende langzaam loslaten, durven uit de comfortzone stappen en van daaruit stappen zetten naar wat anders en beter kan. Bewust kiezen waar men op in gaat zetten, betekent dus ook altijd iets loslaten en vertrouwen in het nieuwe dat in de plaats komt. Uiteraard zijn sommige deelnemers sneller mee in een bepaald domein of denken ze anders over pedagogische uitgangspunten, maar de kracht ligt erin om dit samen te doen: door de tijd te nemen en geduld uit te oefenen. 

Het proces is minstens even boeiend als de start en aankomst

Wanneer we in termen van vernieuwing denken, dan menen we nog vaak dat alles kant-en-klaar daar staat: alsof we op voorhand eerst een idee hadden van een nieuwe school en die kunnen implementeren. De ervaring leert echter dat de school niet bestaat, dat een school maar school wordt door het proces en de weg die eraan vooraf gaat. En dat het steeds gaat om op weg te gaan met een groep van mensen – die al getekend zijn door bepaalde opvattingen en ervaringen, die er bij komen (vrijwillig, gedwongen of vanuit enthousiasme) en die (onder)zoekend en in overleg, pro’s en contra’s afwegen, grenzen proberen te verleggen, en zo betekenis geven aan een nieuwe school. De weg die Stroom gaat en binnenkort ook echt zal gaan met de leerlingen is minstens even boeiend als de aankomst. Het is onderweg dat er gedacht, gezocht en samen geleerd kan worden terwijl we vaak menen dat alles om het doel moet gaan. 

Een nieuwe school ontwikkelen is mensenwerk

Een nieuwe school ontwikkelen is mensenwerk, ze wordt geboren uit een lerende gemeenschap van onderwijsliefhebbers die zoeken en dromen, grenzen verleggen, andere mensen onderweg mee nemen, en zo willen groeien en zichtbaar maken wat bedoelt is te zijn. Vernieuwing gebeurt dan ook steeds in de geest en de gedrevenheid van enkele mensen die dromen en iets anders willen. Een groep van mensen die ‘tijd en ruimte’ – en uiteraard is dit relatief – krijgen en nemen om zich op iets te kunnen richten. Door het systematisch naar buiten brengen van hun ‘broedsel’ wekken ze nieuwgierigheid en enthousiasme van anderen. 

De grammatica van de pedagogisering

Zelfs bij het nadenken over een nieuwe school speelt wat onderzoekers de ‘grammar of schooling’, de grammatica van de pedagogisering, noemen. Het is een manier om aan te geven dat er een geheel van regels, structuren, organisatievormen is die tot ‘de grammatica’ van leren en onderwijzen behoren, die vernieuwing bemoeilijken of waardoor een geplande innovatie anders uitdraait dan verwacht of gewenst. Ingeslepen ideeën over dát en wát er geëvalueerd moet worden, een framework zoals de leerplannen, bestaande arbeidsovereenkomsten, een beperkt lestijdenpakket, het hek rond de speelplaats … het maakt dat een ontwerp van een nieuwe school zich niet anders kan dan deels ook aanpassen aan of inpassen in een bepaalde tijd en ruimte.

Kortom, de ervaring van Stroom laat ons zien dat de ideale school niet bestaat … net zomin als de ideale leraar, de ideale directeur, de ideale leerling. Tijdens het proces heeft elke deelnemers zich als zoekend en lerend – wat altijd een kwetsbare positie  is – opgesteld. De werkelijke school is de ‘geleefde school’: ze gaat aan de slag met wat er op hen toekomt in het hier-en-nu, ze pakt aan wat op hun weg ligt, en dit steeds binnen de grenzen van wat mogelijk is of geacht wordt, zonder de horizon uit het oog te verliezen: leren doe je in gemeenschap.

Een verhaal geschreven door Ilse Geerinck en Ruth Wouters van hogeschool UCLL. Interesse om ook in een leergemeenschap aan de slag te gaan rond een onderwijsthema of -vernieuwing? Neem contact op met ilse.geerinck@ucll.be of ruth.wouters@ucll.be