Overslaan en naar de inhoud gaan

ruimte voor een hoopvol perspectief?

De klas is een stevige mix van kinderen en jongeren met een diverse culturele, religieuze en sociale achtergrond. Waar het merendeel van onze ‘Vlaamse’ jongeren van thuis uit weinig of geen voeling meer heeft met één of andere geloofsgemeenschap, stellen we vast dat allochtone jongeren daarentegen vaak wel nog zijn opgegroeid binnen een geloofstraditie.

In de actuele debatten klinkt het pleidooi om het vak Rooms Katholieke Godsdienst te vervangen of aan te vullen door een algemeen vak ‘Levensbeschouwing, ethiek en filosofie’ (LEF) of door meer in te zetten op de interlevensbeschouwelijke dialoog. Dat de Vlaamse bisschoppen het vak godsdienst willen vernieuwen en inhoudelijk versterken door de leerplannen te actualiseren, is een heuse verademing.

De vraag is echter of méér kennis en informatie over godsdienst (en andere religies) nu echt hetgeen is dat onze jongeren meer levensbeschouwelijk geletterd zal maken? Is kennisoverdracht over de geloofstradities nu echt de taak van onderwijs?

Lees hieronder het volledige opiniestuk van Ilse Geerinck en Bruno Gevaert, docenten van de Lerarenopleiding.

Kinderen en jongeren hebben nood aan een levensbeschouwelijke taal

Wat onze tijd tekent, is dat (jonge) mensen arm zijn in een levensbeschouwelijke taal. Na de aanslagen in Brussel werden velen – jong en oud – geconfronteerd met een gebrek aan woorden en een taal om met jongeren en kinderen in gesprek te gaan. We vinden geen woorden om over het leven te spreken en om antwoorden te zoeken op eeuwenoude vragen als:

  • Wat is de zin van het leven?
  • Waarom oorlog en zoveel onrecht?

Het christendom biedt geen kant-en-klare geloofswaarheden over deze levensvragen. Geloofsteksten en rituelen zijn geen kennis- of leerdoelen op zich maar materialen en bronnen om met jonge mensen op weg te gaan, om hen te bezielen, om hen een taal te geven die verrijkend is voor hun levensverbeelding, om hen gevoelig te maken voor wat gebeurt in de wereld of om het op z’n minst daar samen over te kunnen hebben in een filosofisch gesprek. 

Onderwijs moet ruimte maken voor traagheid

De vraag is of er nog echt ruimte is om in gesprek te kunnen gaan over de vele levensvragen en de complexe maatschappelijke uitdagingen op gebied van geloof en wereld. Een ruimte waar we als ongelijken – elk met onze eigen ervaringen, beschouwingen en perspectieven op het leven – rond de tafel kunnen zitten en als gelijken ons leven samen vorm kunnen geven. Dat is precies wat onderwijs kan doen!

Een klas verbindt alle kinderen en jongeren ongeacht hun religieuze en culturele achtergrond en laat het toe om het leven samen te beschouwen; stilstaan bij verdriet, troost bieden, tijd nemen, liefde geven, elkaar vinden in spel en plezier ... Een klas kan jonge mensen een taal aanleren om dat allemaal te doen en dat is levensbeschouwelijke vorming!

Dat is ook wat leraren die terugvallen op religieuze, levensbeschouwelijke bronnen doen: ruimte en tijd maken om stil te staan bij ons menselijk bestaan, traagheid inlassen en stilvallen, in het schoolleven en in de klas.

Inspirerend opleiden

Waar we als lerarenopleiding sterk op inzetten, is jonge mensen confronteren met een verfrissende blik op theologie en geloof. Dat betekent dat we als docenten durven loslaten om het nieuwe een kans te geven. Nee, ze moeten de ‘tien geboden’ niet van buiten leren, noch de brieven van Paulus kunnen opsommen. Het gaat er niet om ze te ‘informeren’ over de verschillende religies en levensbeschouwingen, noch om hen in eerste instantie te begeleiden in hun persoonlijke identiteitsontwikkeling maar wel om hen te ‘inspireren’ tot een andere blik op de werkelijkheid door hen een taal aan te leren.

Teksten en verhalen zijn materialen en inhouden die verkend worden in functie van het vorm geven aan en het kunnen beschouwen van het leven en de wereld. Elk jaar opnieuw leren we onze jongeren ontdekken dat geloofsteksten hoogwaardige literaire teksten zijn waarin de schrijver een bepaalde blik of worsteling met het leven wil meegeven. We leren ze lezen, aandachtig zijn, onder woorden brengen wat er is maar vaak niet gezien wordt, om met kinderen en jonge mensen over het leven te kunnen en durven spreken.

Als we jonge mensen niet kunnen raken en begeesteren om stil te staan bij het leven en daar met elkaar over in gesprek te gaan, dan is levensbeschouwelijk onderwijs per definitie een dode zaak en moeten we zwijgen.

Inspirerende leraren levensbeschouwing zijn leraren die geloof-waardig én waarderend kunnen spreken, jonge mensen kunnen inspireren om anders te durven kijken, relativeren om verbinding te maken met wat vreemd en anders is, spreken vanuit geloof en liefde en in hun handelen kunnen waarmaken waar ze voor staan.

Wat op het spel staat, is een groter maatschappelijk en humaan project: de wereld maken tot een plek waar het goed is om te wonen, waar we elkaar levensruimte en het levenslicht gunnen en waar we een pad vinden om samen te gaan.