Overslaan en naar de inhoud gaan

Meertaligheid van de nieuwe onderwijsgeneratie

De Vlaamse overheid streeft in 2020 naar meer deelnemers aan uitwisselingsprogramma's binnen het hoger onderwijs. Minstens één op drie studenten zou een deel van de opleiding binnen of buiten Europa moeten volgen. Dat betekent dat studenten voldoende meertalig moeten zijn om als echte wereldburgers gedurende langere tijd in het buitenland te verblijven, lessen te volgen en stages te lopen. Een ambitieuze doelstelling, maar hoe maak je dat waar bij een generatie ‘hotel mama’? 

Lees hieronder het volledige opiniestuk door Guido Cajot, docent Nederlands en taalcoördinator aan de lerarenopleiding van Hogeschool UCLL

Exploratie meertaligheid via internationalisering

Kennismaken met diversiteit en meertaligheid kan overal en elke dag. Jongeren komen tijdens hun schooltijd ongedwongen in contact met andere culturen en moedertalen. Ze groeien er in op en vinden het de normaalste zaak van de wereld. Eens deze jongeren verder studeren in het hoger onderwijs, staan ze meestal niet in de wachtrij voor een buitenlandse ervaring.

 

Tot 2015 kozen Erasmusstudenten vaak voor echte vakantiebestemmingen in Zuid-Europa. Studies en stages vormden dan geen grote meerwaarde. Integendeel! Stagementoren van de lerarenopleiding gingen in tegen deze vakantiestudenten die vaak gesponsord werden door de Vlaamse overheid. Die buitenlandse ‘ervaring’ weegt niet op tegen een degelijke praktijkervaring in een regionale school. Studenten van de lerarenopleiding hebben echt nood aan voldoende oefen- en leermomenten om later de overstap naar de dagdagelijkse klaspraktijk te kunnen maken.

 

Toch zijn internationale competenties voor de nieuwe onderwijsgeneratie ontzettend belangrijk. Daarom benadrukt de lerarenopleiding meertaligheid, multiculturaliteit en individuele groei. Binnen onze hogeschool kunnen leraren in opleiding nu kiezen voor CDSL-trajecten (Community Development Through Service Learning), Zuid-trajecten en Erasmustrajecten. Dit zijn kwalitatieve buitenlandse trajecten die de internationale competentie wel combineren met de nodige praktijkervaring. 

Inzetten op meertaligheid in scholen

In Zuid-Afrika, Marokko, Suriname en op andere bestemmingen verwerven studenten expertise in het omgaan met diversiteit, meertaligheid en kansarmoede. Voor de verdere professionalisering van leraren en lerarenopleiders in het buitenland wordt de kennis van docenten ter plaatse ingeschakeld. Het is de opdracht van de lerarenopleiding om een antwoord te bieden op vragen rond meertaligheid in onderwijs en vorming die vanuit het werkveld, de maatschappij en overheid gesteld worden. Die verantwoordelijkheid wordt au sérieux genomen.

 

Scholen en directies die nog hardnekkig vasthouden aan de idee dat er buiten het Nederlands geen thuistaal in de school gesproken mag worden, kom je nog zelden tegen. Deze regel strikt toepassen is niet bevorderlijk voor kinderen en jongeren. Scholen kunnen beter gebruik maken van de aanwezige diversiteit en meertaligheid. Dat neemt niet weg dat er hieromtrent geen afspraken gemaakt kunnen worden. Alleen op de speelplaats Turks spreken en niet in de klas is een mogelijk voorbeeld. Het ondersteunen van de integratie van deze leerlingen is de belangrijkste motor voor het leren van het Nederlands, de schooltaal.

 

De emotionele band die leerlingen met hun moedertaal hebben, is immers niet te onderschatten. Daarom moeten leerkrachten veel meer aandacht besteden aan en respect hebben voor meertaligheid. Zo kan de thuistaal wel ingezet worden in de klas. Waarom zouden leerlingen elkaar niet in het Marokkaans kunnen helpen om opdrachten beter of sneller te begrijpen? Waarom kan een kind dat Russisch en Nederlands spreekt geen vluchteling uit Oekraïne opvangen om zijn welbevinden middenin een schooljaar te verhogen?

Werken aan wereldleraren van morgen

Door de verschillende migratiestromen groeiden er binnen de ‘witte’ scholen ook ‘wereldklassen’ en OKAN-klassen. Na enkele maanden immigreerden deze leerlingen naar de ‘witte’ klassen. Leraren waren daar onvoldoende op voorbereid. Met alle gevolgen van dien. Om die voormalige OKAN-leerlingen te begeleiden en op te volgen, zal er nu een serieuze inhaalbeweging moeten gebeuren. Het aantal OKAN-leraren en volgschoolcoaches wordt drastisch verhoogd. Want ook deze jongeren willen advocaat, dokter of ingenieur worden. Dat is vaak zeer ambitieus en niet realistisch. Zij beheersen niet het ‘Academisch Nederlands’ dat nodig is om studies in het hoger onderwijs te vervolledigen. Nochtans zijn ze wel intelligent en cognitief in staat zijn om deze studie aan te kunnen.

 

Het secundair onderwijs vertrekt nog teveel vanuit theorieën en handboeken om anderstalige jongeren de taal en cultuur van hun nieuwe land te leren. Dit vraagt een serieuze mindshift bij leraren. Ik ging in Rome kijken naar de werking van Asinitas, een organisatie voor volwassenen die Italiaans leren combineert met inburgering. Er waren taalklassen voor de moeders die hun kinderen meebrachten. Hier kwamen geen handboeken aan te pas, maar werd er met projecten gewerkt. Er werd gezongen, gedramatiseerd en poppenkast gespeeld met de ouders en kinderen in het Urdu en Farsi, maar ook in het Italiaans.

Ook binnen onze bacheloropleidingen kleuter-, lager en secundair onderwijs worden toekomstige leraren via het project Move Across Borders voorbereid op deze diversiteit in en buiten de klas. Die noodzaak stellen we zeker in Limburg niet meer in vraag. “De combinatie van anderstaligheid en kinderarmoede is heel sterk aanwezig in Genk waar 27 procent van de kinderen opgroeien in een kansarm gezin. Het Vlaams gemiddelde ligt rond 12 procent”, rapporteerde het Ministerie van Onderwijs op 14 december 2016.

Het profiel van de nieuwe onderwijsgeneratie:

  • leert met een brede en constructieve kijk naar de wereld kijken;
  • werkt aan de samenleving van morgen door verantwoordelijkheid op te nemen en te bouwen aan een meer verbonden en rechtvaardige samenleving;
  • handelt in hun klas- en schoolpraktijk vanuit een growth mindset;
  • ondervindt zelf dat geloven in de groeikansen van alle kinderen resulteert in goed onderwijs voor iedereen.

 

Ook andere UCLL-onderzoeken en navormingen zoals ‘Taal stimuleren voor anderstalige kleuters’, het project ‘TO-taal’ met een lerend netwerk van basisscholen voornamelijk uit de mijnstreek, ‘Leren in Babel’ waarbij de vreemde taal als hefboom in het onderwijs wordt ingezet … zijn waardevolle initiatieven met een positief effect. UCLL wil de verworven expertise van de verschillende aspecten van meertaligheid in onderwijs en vorming verder ontsluiten, verbinden en ontwikkelen in samenwerking met het werkveld en geëngageerde organisaties. 

Wie is Guido Cajot?

 

Guido Cajot is sinds 1980 docent Nederlands in de lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs. Daarnaast werkte hij mee aan verschillende Europese en Vlaamse projecten die met taal te maken hebben. Als UCLL-taalcoördinator leidt hij een Resonantiegroep Taalbeleid met taalcoördinatoren secundair onderwijs. Hij is ook promotor van het project ‘Nederlands hoger onderwijs voor anderstalige nieuwkomers’.