Kruimelpad
Taaldorp, om Nederlands te leren
Een ijsjeskraam, een dokter, een winkel, een bibliotheek, een politiekantoor, … zij vormen samen het Taaldorp. In het 'dorp' wandelen kinderen, jongeren en volwassenen rond: mensen die Nederlands leren en heel wat opdrachtjes moeten uitvoeren. In elke stand gaat een student-acteur in gesprek met de bezoekers.
De leerlingen en volwassen cursisten komen uit klassen Nederlands als tweede taal. In de dagscholen gaat het dan om OKAN-klassen (onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers), in het volwassenenonderwijs om NT2 (Nederlands als tweede taal): een mix van immigranten, EU-inwoners uit de regio Leuven-Brussel en vluchtelingen, waaronder ook heel wat mensen uit Oekraïne. Een mix van kleuters tot senioren.
Een twintigtal studenten van de UCLL-lerarenopleidingen speelden dokter, winkelier, bibliothecaris, politieagent ...
Het was heel leuk om te zien hoe volwassenen zin hebben om onze taal te leren gebruiken.
Birthe Iliaens en Marie Mechelmans, studenten Meertalig Onderwijs
Het hele Taaldorp werd georganiseerd door vijf studenten van de Bachelor-na-Bachelor Meertalig Onderwijs op 3 en 4 mei in het Woonzorgcentrum Rémy in Leuven. Zowat 250 anderstalige bezoekers kwamen er over de vloer. Zo konden de leerlingen en cursisten in levensechte situaties hun Nederlandse taalvaardigheid oefenen.
Birthe, Kato, Marie, Laurien en Coline, allen studenten van de bachelor-na-bachelor Meertalig Onderwijs, tijdens de uitwerking van hun tekstfiches. Enerzijds schrijven ze opdrachten uit voor de leerlingen die het Taaldorp komen bezoeken en anderzijds stellen ze instructies op voor hun collega-studenten die meespelen in de scenario's.
De UCLL-studenten volgen de bachelor Meertalig Onderwijs, een extra opleiding waarin kleuterleraars, leraars lager onderwijs of secundair onderwijs zich focussen op drie veelvoorkomende uitdagingen: Nederlands geven aan mensen die het Nederlands niet als moedertaal kregen (NT2), een niet-taalvak geven in een andere taal (CLIL, Content and Language Integrated Learning) en vroeg vreemdetalenonderwijs (vreemde talen in het basisonderwijs).
Bijkomende expertise voor een superdiverse samenleving
De aanpak van het aanleren van Nederlands voor anderstaligen vergt andere inzichten en technieken. “We moeten vaker herhalen, en gebruiken ook heel wat visuele signalen zoals gebaren,” weet Birthe Iliaens. “Bij kleuters gaat het dan weer heel spelenderwijs”, ervaarde Marie Mechelmans. “We leren onze taal toegankelijk te maken: geen te lange zinnen, geen te moeilijke woorden. Maar onze taal moet wel rijk blijven. We stellen best open vragen stellen en herhalen de antwoorden als er fouten gemaakt worden.”
Maar vooral authentieke communicatie situaties stimuleren het leren. “Vandaar dat we het woonzorgcentrum Rémy in Leuven inschakelden om ons Taaldorp op te zetten. Dat zorgde ook voor interactie met de bewoners en betekende dus extra leersituaties,” aldus nog Coline Dutoit.
De vijf studenten konden tijdens de tweedaags in het woonzorgcentrum beroep doen op tal van studenten uit de lerarenopleidingen die de rollen opnamen van verkoper, politieagent, verpleegkundige enz. Al deze studenten kregen spreekfiches met specifieke instructies rond de situatie en de te hanteren taal.
Laurien Baumans, taalcoach bij de gemeente Mol en deeltijds student bij de banaba, kent de problematiek maar al te goed. “We zouden dit meer moeten doen: we moeten het structureel verankeren, zodat het vaker en op meer plaatsen kan doorgaan. Daarvoor moeten we samenzitten met de onderwijspartners en enkele maatschappelijke organisaties.”
Taalverwerving en maatschappelijke participatie
Liesbeth Spanjers, co-ordinator van de opleiding: “Het project maakt deel uit van het bredere netwerk ‘Samen opleiden, samen leren’, waarin onze banaba samenwerkt met heel wat scholen. De voorbereiding en naverwerking van het taaldorp zijn gebaseerd op een gedeeld didactisch framework rond meertaligheid, waardoor het evenement geen los initiatief is, maar ingebed in een duurzaam leertraject. Het taaldorp combineert bovendien taalverwerving met maatschappelijke participatie en intergenerationeel leren.”
Tijdens de tweedaagse kwam ook ROB, de regionale televisiezender, een kijkje nemen.