Kruimelpad
‘Studenten ontdekken hoeveel ze voor anderen kunnen betekenen’
Postgraduaat International Educating Class krijgt
internationale erkenning voor service-learning
Het postgraduaat International Educating Class (PIEC) van Hogeschool UCLL kreeg een Uniservitate Programme Award Special Mention voor de manier waarop service-learning structureel in de opleiding is verankerd. Internationale studenten trekken daarbij uit het klaslokaal, gaan aan de slag met echte vragen van Leuvense organisaties en leren tegelijk over de samenleving én over zichzelf.
Internationale erkenning voor een bijzondere manier van leren
We spraken met lector Lien Frissen en O&S-medewerker Leene Leyssen over wat service-learning precies is, waarom het meer is dan vrijwilligerswerk of stage en wat andere opleidingen ervan kunnen leren.
De internationale erkenning gaat niet naar één studentenproject, maar naar het hele postgraduaat. Lien Frissen begeleidt het opleidingsonderdeel binnen PIEC. Leene Leyssen voerde onderzoek uit rond service-learning en ontwikkelde het leerpad waarop Lien verder kon bouwen. Samen met Lies Wijnants is Leene aanspreekpunt voor service-learning binnen UCLL.
Om bij het begin te beginnen: wat is service-learning?
Leene: “Service-learning verbindt twee dingen: leren en een betekenisvolle bijdrage leveren aan de samenleving. Studenten werken samen met een organisatie rond een concrete maatschappelijke behoefte, maar tegelijk is de vraag voortdurend: wat leer ik door deze ervaring?”
Daar zit ook het verschil met vrijwilligerswerk. Daar staat vooral de dienstverlening centraal. Bij service-learning wordt die maatschappelijke bijdrage bewust verbonden met leren en reflecteren.
Lien: “Studenten denken na over vragen als: wat doet deze ervaring met mij? Waar wil ik zelf in groeien? Wat ontdek ik over samenwerken, initiatief nemen of communiceren? Ze kiezen bewust voor iets buiten hun comfortzone en koppelen hun ervaringen ook aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) en de Internal Development Goals (IDG’s). Het gaat zowel over maatschappelijke impact als over persoonlijke groei.”
Hoe ziet dat er concreet uit binnen PIEC?
Service-learning is binnen het postgraduaat een opleidingsonderdeel van 7 studiepunten. Studenten maken aan het begin van het academiejaar kennis met mogelijke organisaties en projecten en geven hun voorkeuren door. In het tweede semester gaan ze individueel of met enkele medestudenten aan de slag, tot eind mei.
De waaier aan projecten is breed. Studenten hielpen bijvoorbeeld om de campushond van UCLL campus Gasthuisberg in de kijker te zetten. Een andere groep ondersteunde Indiase verpleegkundigen die in Leuven aankwamen en met heel praktische vragen zaten: waar vind je vertrouwd eten, hoe koop je een busticket, hoe raak je wegwijs in de stad? Studenten ontwikkelden materiaal en een infosessie om hen op weg te helpen. Andere studenten organiseerden tijdens een festival van STUK een workshop rond zintuiglijke ervaringen, zetten mee een buurtkantine op bij Maakbaar Leuven, ontwikkelden voor Oxfam een escape room rond koffiebonen of gingen bij een drukkerij in Kessel-Lo aan de slag met schoolmoeë jongeren.
Lien: “Het kan dus van cultuur tot iets heel praktisch gaan. We geven studenten geen vooraf afgebakende opdracht mee. Ze stappen naar een organisatie en gaan eerst luisteren: wie zijn jullie, wat hebben jullie nodig en wat zouden wij kunnen betekenen?”
Daar zit een essentieel principe van service-learning: wederkerigheid. “Het vertrekpunt is niet: wij hebben studenten en zoeken iets wat ze kunnen doen. We vertrekken vanuit een behoefte van de organisatie. Tegelijk moet de organisatie hen niet voortdurend bij de hand nemen. Studenten krijgen veel verantwoordelijkheid om zelf initiatief te nemen.”
Maar als de projecten zo verschillend zijn, wat leren studenten dan?
Lien: “We leggen niet op voorhand voor iedereen dezelfde leerdoelen vast. Dat is anders dan bij een stage. De leerdoelen ontstaan vanuit het project, wat de organisatie nodig heeft en wat een student onderweg bij zichzelf tegenkomt. Daarom is reflectie zo belangrijk.”
De ene student ontdekt bijvoorbeeld dat samenwerken moeilijker is dan gedacht, terwijl een andere merkt hoe goed hij mensen kan samenbrengen. Iemand kiest bewust voor een project met veel onbekende contacten om daarin te groeien.
Lien: “Binnen PIEC is dat extra interessant omdat studenten met heel verschillende culturele achtergronden samenwerken. Dat is soms een uitdaging, maar daardoor gebeurt er ook enorm veel. Studenten groeien niet alleen als individu, maar ook als groep.”
Wat leren studenten hier dat moeilijker in een klaslokaal te leren is?
Leene: “Ze komen in contact met werelden die ze anders misschien nooit zouden leren kennen. Ze worden geconfronteerd met hun eigen referentiekader en ontdekken dat andere mensen op een heel andere manier leven, denken of naar een probleem kijken. Dat ontwikkelt onder meer empathie, interculturele communicatie, samenwerking, ondernemerschap en sociale verantwoordelijkheid.”
Voor internationale studenten helpt service-learning bovendien om Leuven echt te leren kennen: niet alleen als studentenstad, maar ook via de organisaties, buurten en mensen die er actief zijn.
Lien: “In het begin vinden sommige studenten het best spannend. Ze moeten naar een organisatie stappen, mensen aanspreken en zelf iets voorstellen. Maar achteraf hoor je heel vaak hoeveel ze over zichzelf hebben geleerd: wat ze graag doen, waar hun talenten liggen en waarin ze nog willen groeien. En ook hoe je soms met relatief weinig moeite veel voor iemand anders kunt betekenen.”
Lien zelf is bijzonder enthousiast over het opleidingsonderdeel.
Lien: “Ik zeg vaak dat dit het fijnste vak is dat ik ooit heb gegeven. Ik wil het ook nooit afgeven. Ik ga langs bij heel veel Leuvense vzw’s, culturele organisaties en andere initiatieven. Daar ontdek je hoeveel mensen elke dag fantastische dingen doen voor de gemeenschap. Dat onze internationale studenten daaraan kunnen bijdragen, vind ik heel mooi.”
De Special Mention gaat naar het hele programma. Wat heeft de jury volgens jullie gezien?
Volgens Lien en Leene zit de kracht waarschijnlijk in de combinatie. PIEC verbindt service-learning met duurzaamheid, internationale samenwerking, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie. De studenten werken rond de SDG’s en IDG’s en ervaren tegelijk wat zulke begrippen in de praktijk kunnen betekenen.
Leene: “De impact zit niet noodzakelijk in aantallen. De schaal is relatief klein, maar de ervaring kan heel diep gaan. Er is veel aandacht voor reflectie, voor de relatie met de gemeenschap en voor wat studenten als mens én als toekomstig professional leren. Bovendien staat service-learning niet los van de rest van PIEC. Thema’s als duurzaamheid, participatie, intercultureel samenwerken en persoonlijke groei komen voortdurend elders in de opleiding terug.”
Past service-learning daarom zo goed bij de UCLL Moving Minds-visie?
Lien: “Eigenlijk dekt het bijna de hele lading. Een Moving Mind staat in de wereld, laat zich door die wereld raken en komt vervolgens in actie. Dat is exact wat studenten hier doen. We dagen hen uit om verder te kijken dan hun eigen leefwereld en iets te doen met wat ze daar ontdekken.”
Lien en Leene zien daarom ook mogelijkheden voor andere opleidingen.
Leene: “Iedere student zal later met mensen werken. Dan is het waardevol dat je tijdens je opleiding mensen ontmoet die een heel ander leven leiden dan jij. Service-learning kan bijdragen aan empathie en sociale verantwoordelijkheid, maar ook aan heel concrete vaardigheden zoals samenwerken, initiatief nemen en communiceren.”
Er zit volgens haar bovendien een kansengelijkheidsaspect aan. Niet iedere student groeit op in een omgeving waarin vrijwilligerswerk of maatschappelijk engagement vanzelfsprekend is. Door zulke ervaringen een plek te geven binnen het curriculum, krijgen meer studenten ermee de kans kennis te maken.
Zou service-learning daarom een grotere plaats mogen krijgen binnen UCLL?
Lien: “Ik zou het heel fijn vinden als dit andere opleidingen een beetje kan besmetten.”
Leene: “De principes zijn heel breed toepasbaar: samenwerken met de samenleving, vertrekken vanuit echte behoeften, verantwoordelijkheid opnemen en daar grondig over reflecteren.”
Voor Leene raakt dat ook aan een grotere vraag over de toekomst van het hoger onderwijs. Kennis blijft essentieel, maar hogescholen en universiteiten zijn vandaag lang niet meer de enige plaatsen waar kennis beschikbaar is. Digitale technologie en artificiële intelligentie maken informatie toegankelijker dan ooit.
“Net daardoor wordt de vraag belangrijker welke ervaringen een hogeschool daarnaast kan creëren. Je hebt kennis nodig, maar ook plaatsen waar je leert om met die kennis iets te betekenen voor anderen. In delen van Zuid-Amerika en Zuid-Afrika is die verbinding tussen hoger onderwijs en de samenleving via service-learning al heel sterk ontwikkeld. In Europa is daar nog veel ruimte voor.”
Wat betekent deze internationale erkenning voor jullie?
Lien: “In de eerste plaats is het natuurlijk een enorme eer. Maar ik vind vooral de erkenning van het gemeenschapsgerichte aspect mooi. Gemeenschap is voor mij heel belangrijk: mensen bij elkaar brengen en iets voor elkaar betekenen.”
De onderscheiding brengt Lien, Leene en Lies Wijnants in oktober overigens naar Italië. Tijdens het internationale Uniservitate-symposium in Castel Gandolfo worden ervaringen uit verschillende delen van de wereld uitgewisseld en worden de awards uitgereikt. Op 28 oktober gaat de delegatie in Rome ook op audiëntie bij paus Leo XIV.
En wat is na deze prijs de volgende ambitie?
Voor Lien en Leene ligt die vooral in verder verdiepen, ervaringen delen en meer studenten de kans geven om op deze manier te leren.
Lien: “Studenten zijn vaak verbaasd over hoeveel ze kunnen betekenen. Ze helpen een organisatie vooruit, maar krijgen daar zelf minstens evenveel voor terug. Dat wederzijdse leren: daar draait service-learning voor mij om.”