Overslaan en naar de inhoud gaan

Eerstvolgend infomoment Meertalig Onderwijs:

Extra lesbevoegdheid Nederlands als tweede taal (NT2)

Ben je leraar in het kleuter-, lager of secundair onderwijs? Dan kan je een extra onderwijsbevoegdheid NT2 behalen. Hiermee kan je het Nederlands van anderstalige kinderen of jongeren (OKAN-klas) versterken, of van anderstalige volwassenen voor wie het Nederlands een struikelblok is. Het basisstudietraject omvat 45 studiepunten, in één jaar of meer. Wie afstudeerde als leraar Nederlands krijgt bijkomende vrijstellingen.

download het studieprogramma 

Dit traject geeft je recht op een extra onderwijsbevoegdheid Nederlands als tweede taal. Ben je op zoek naar een nog ruimer kader vanuit een brede visie op meertaligheid en met aandacht voor meer dan één didactiek in meertalig onderwijs? Verschuif dan je blik met onze volledige banaba Meertalig Onderwijs, eventueel met als keuzetraject NT2-Taalversterkend Onderwijs.

Als je nog geen lerarendiploma hebt, kan je op korte tijd de verkorte educatieve Bachelor Secundair Onderwijs behalen in combinatie met de extra onderwijsbevoegdheid NT2.
 

 

Door deze opleiding ben ik didactisch sterker geworden bij het aanleren van de Nederlandse taal aan anderstaligen en kan ik veel sneller inspelen op hun taalnoden.  

Nathalie Tallon

 

De opleidingsonderdelen in vogelvlucht

Vreemdetaalverwerving

Dit opleidingsonderdeel vertrekt vanuit een globaal overzicht omtrent de wetenschappelijke stromingen binnen het veld van de vreemdetaalverwerving. Binnen dit kader wordt een stand van zaken gegeven over wat men nu weet rond het verwerven van een nieuwe taal, met nadruk op hoe dit taalverwervingsproces gestimuleerd kan worden in een klassetting. Er wordt stilgestaan bij taalkundige aspecten, zoals o.a. het verwerven van dagdagelijkse taalvaardigheid (BICS) en academische taalvaardigheid (CALP) alsook bij het belang van common underlying proficiency (CUP). De link naar de neurolinguïstiek wordt eveneens gemaakt waarbij de invloed van meertaligheid op cognitieve processen wordt toegelicht. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de impact van psychologische aspecten op de vreemdetaalverwerving zoals identiteitsontwikkeling, motivatie en welbevinden. Ook culturele en sociale aspecten binnen het taalverwervingsproces komen aan bod, zoals het ontwikkelen van interculturele en communicatieve competenties. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van praktijkvoorbeelden uit CLIL-, OKAN- en vroeg vreemdetaalonderwijs.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Meertaligheid

Er wordt ingegaan op meertaligheid als sociale realiteit. Dit wil zeggen dat er wordt besproken wat de impact is van meertaligheid op macroniveau, ofte het (inter)nationaal beleid. Vanuit een historisch overzicht wordt de evolutie besproken in de houding ten opzichte van meertaligheid om te eindigen bij de huidige paradoxale houding ten opzichte van anderstalige leerlingen aan de ene kant en CLIL-onderwijs aan de andere kant.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Talenbeleid

Je maakt kennis met verschillende aspecten van een talenbeleid voor een school of scholengemeenschap met een focus op meso- en microniveau. We definiëren talenbeleid en leren de belangrijkste kenmerken van een krachtig talenbeleid kennen, hierbij wordt het procesmatige en het doel van talenbeleid op school helder voor ogen gehouden. Een visie op talenbeleid groeit en wordt onderbouwd. We leren hoe een talenbeleid cyclisch en planmatig wordt opgezet, geïmplementeerd, geëvalueerd en bijgestuurd in een school en welke theoretische onderbouwingen hierbij richting kunnen geven. Welke succesfactoren zijn er en welke drempels kunnen talenbeleid op school bemoeilijken of vertragen? We onderzoeken talenbeleidsplannen kritisch en formuleren suggesties ter verbetering. We leren organisaties kennen die een talenbeleid op school ondersteunen en die een school kan inschakelen voor ondersteuning en treden in gesprek met deze externen. Ook het belang van ouderbetrokkenheid en communicatie met ouders komen aan bod, de complexiteit van talige en socioculturele achtergronden wordt besproken.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Nederlands voor niet-Nederlandstaligen

We vertrekken vanuit de input uit het OPO ‘Taalverwerving’. We bekijken welke knelpunten anderstaligen ervaren bij het verwerven van de Nederlandse taal en welke taalnoden ze hebben in de verschillende fasen van hun schoolloopbaan. We gaan na welke rol ouderbetrokkenheid speelt op de taalverwerving van het kind en welke implementatie- en innovatiestrategieën er bestaan om meertaligheid op school een plaats te geven.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Handelingsgerichte ondersteuning

In dit opleidingsonderdeel wordt het proces van opvolging van de geboden aanpak en begeleiding van individuele leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften toegelicht, uitgewerkt en doorlopen, als basis voor het planmatige werken op leerling- en klasniveau. Specifiek naar onthaalonderwijs focust dit opleidingsonderdeel op hoe verschillen in taalvaardigheid en leertempo dynamisch en formatief kunnen worden opgevolgd in de dagelijkse klaswerking en binnen het schoolteam. Samen met de studenten gaan we reflectief aan de slag met onder meer de volgende inhouden:

  • visie op onderwijs: inclusieve pedagogiek, dynamische begeleiding in een zorgcontinuüm
  • visie op leren: diversiteit als hulpbron, growth versus fixed mindset
  • visie op specifieke onderwijsbehoeften: leermoeilijkheden bekeken vanuit een ecologische, dynamische bril (WHO, International Classification of Functioning), cyclus van ondersteuningsplanning, UDL (Universal Design for Learning).

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Algemene didactiek meertalig onderwijs

Dit opleidingsonderdeel is een voorbeeld van vervlechting tussen theorie en praktijk. Vanuit theoretische kaders die verder bouwen op wat de studenten in hun basisopleiding gezien hebben, wordt de link naar de praktijk van meertaligheid in onderwijs gelegd. Er wordt specifiek ingezoomd op theoretische inzichten, voorbeelden van werkvormen en praktijkvoorbeelden om inhoudelijke en vaardigheidsdoelen te koppelen aan talige doelstellingen. De voertaal is het Nederlands, maar in de lessen komen ruimschoots ook praktijkvoorbeelden in het Engels en het Frans aan bod, uit de verschillende domeinen van de keuzetrajecten: taalversterkend onderwijs, CLIL en Vroeg vreemdetaalonderwijs.

Voertaal in de les: Nederlands, met voorbeelden in het Frans en het Engels
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Onthaal- en taalversterkend onderwijs organiseren

We focussen op de inhouden die studenten nodig hebben om onthaalonderwijs te organiseren in de praktijk. De aangeboden inhouden situeren zich op onthaalonderwijs op supra-, macro- en mesoniveau en worden steeds gelinkt aan de omzetting in de praktijk met behulp van getuigenissen van gastsprekers.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

NT2-didactiek

Hoe vertalen we de algemene didactische principes voor meertalig onderwijs naar de context van Nederlands als tweede of vreemde taal in de klas? Welke handvatten krijgen we hiervoor aangereikt uit wetenschappelijk onderzoek en uit praktijkvoorbeelden? Dit zijn vragen die centraal staan binnen dit opleidingsonderdeel. We vertrekken vanuit de didactische principes die aan bod komen in het OPO ‘algemene didactiek meertalig onderwijs’ en concretiseren de principes naar de context van Nederlands als tweede/vreemde taal in de klas. We baseren ons hierbij op wetenschappelijke bronnen en praktijkvoorbeelden. We oefenen de principes in via oefeningen en oefenlessen en reflecteren op de eigen praktijk volgens de principes van taalversterkend onderwijs. In dat opzicht is dit opleidingsonderdeel een vervlechting tussen theorie en de meertalige klaspraktijk.

Voertaal in de les: Nederlands
Taal voor de evaluatie: Nederlands

Werkplekleren

De opzet van het stageluik behelst een evolutie van participerend observeren en inloopstages tot zelfstandige stages. In het geval van studenten die reeds in het onderwijs staan, gaat het hier om effectief werkplekleren. De opleiding zet studenten binnen stages aan tot autonomie en ondernemerschap. Zij gaan zelfstandig op zoek naar een geschikte stageplaats voor een brede stage meertalig onderwijs in het eerste semester, en gaan samen met de opleiding op zoek naar een stageplaats voor de langdurige specialisatie- en integratiestage in het tweede semester. Deze stage laat hen toe een zelfstandige stage uit te voeren in het door hen gekozen domein en het talenbeleid van de school.

Concreet loopt elke student stage in minimaal twee verschillende scholen. Werkstudenten die reeds een betrekking in het onderwijs hebben, kunnen hierbij hun eigen school kiezen als één van deze twee scholen. Van hen wordt verwacht dat ze de nieuw verworven inzichten en vaardigheden toepassen in de vertrouwde context. Studenten dienen in overleg met de docenten voorafgaand aan de stage na te gaan of de eigen werkplek voldoende leerpotentieel heeft op gebied van werkvormen, begeleiding, beoordeling om de beoogde leerresultaten te behalen.

De initiële stage behelst een brede verkenning van het talenbeleid en de praktijk van het taalonderwijs in een schoolcontext waar meertaligheid en onthaalonderwijs een plaats krijgt. Het gaat in de voltijdse opleiding om een aantal schoolbezoeken door de opleiding georganiseerd alsook een stage van 14 volle stagedagen gespreid over 2 maanden.

De tweede stage biedt studenten vervolgens een leercontext waarin de door hen gekozen didactiek van meertalig onderwijs kan worden ingezet en verder ontwikkeld en waarbij studenten tevens een rol opnemen van expert in meertalig onderwijs t.a.v. alle vormen van meertaligheid die in de school aanwezig zijn. Deze stage omvat 30 volle stagedagen gespreid over 5 maanden.

Stage in de deeltijdse opleiding:

Eerste jaar:

  • Semester 1: brede oriëntatie m.b.t. talendidactiek en -beleid, te realiseren in de eigen school of een stageschool, a rato van 14 dagen
  • Semester 2: specifieke stage die aansluit bij het keuzetraject van de student, a rato van 14 stagedagen •

Tweede jaar:

  • 20 stagedagen, te spreiden naar keuze

Voertaal: afhankelijk van de stagecontext en het keuzetraject van de student
Taal voor de evaluatie: idem